De farmacokinetische eigenschappen van insuline detemir zijn onderzocht bij kinderen (6-12 jaar) en adolescenten (13-17 jaar), en vergeleken met die bij volwassenen met type 1 diabetes. Er zijn geen klinisch relevante verschillen in farmacokinetische eigenschappen geconstateerd.
On-label
Licensed use Licensed useInj.vlst. 100 E/ml
| Diabetes mellitus, insulin-dependent |
|---|
|
No information available on dose adjustment in renal impairment.
The complete list of all undesirable drug reactions can be found in the national Summary of Product Characteristics (SmPC) – click here
Zeer vaak (> 10%): hypoglykemie. Vaak (1-10%): reacties op de injectieplaats, zoals roodheid, pijn, jeuk, zwelling, ontsteking (meestal voorbijgaand na enkele dagen tot weken). Soms (0,1-1%): lokaal lipodystrofie, vooral bij herhaalde injectie op dezelfde plaats. Allergische reacties zoals urticaria, huiduitslag en bultjes. Oedeem. Refractieaandoeningen, (verergering van) diabetische retinopathie; met name tijdelijk bij een snelle verbetering van de glucoseregulatie. Zelden (0,01-0,1%): acute perifere neuropathie (met name bij een snelle verbetering van de glucoseregulatie), die meestal reversibel is. Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische reacties (gegeneraliseerde huiduitslag, jeuk, transpireren, gastro–intestinale klachten, angio-oedeem, ademhalingsproblemen, hartkloppingen en hypotensie).
The complete list of all contra-indications can be found in the national Summary of Product Characteristics (SmPC) – click here
No information available on specific contra indications in children.
The complete list of all warnings and precautions can be found in the national Summary of Product Characteristics (SmPC) – click here
Bij kinderen de bloedglucosespiegel vaker controleren.
The complete list of all warnings and precautions can be found in the national Summary of Product Characteristics (SmPC) – click here
Bij nier- of leverinsufficiëntie de bloedglucosespiegel vaker controleren. Verandering van insulinebehoefte treedt op bij verandering van het maaltijdschema, (onverwachte) zware fysieke inspanning, het ontstaan van stress–situaties zoals ziekten (bv. griep) en emotionele gebeurtenissen, en verder bij bijkomende aandoeningen die de werking van nieren, lever, bijnier, hypofyse of de schildklier beïnvloeden. Insulinen met een langdurige werking vergroten het risico van niet-herkende nachtelijke hypoglykemie en vertragen het herstel van hypoglykemie. Bij een sterke verbetering van de bloedglucose-instelling door een intensieve insulinetherapie, bij overschakeling op een ander type insuline, bij een lange historie van diabetes of een diabetische zenuwaandoening en bij ouderen kunnen de vroege waarschuwingssignalen van hypoglykemie anders worden waargenomen of zelfs verdwijnen. Bij normale of verlaagde waarden van geglycosyleerd hemoglobine denken aan terugkerende, niet-onderkende (vooral nachtelijke) episoden van hypoglykemie. Intensiveer – vanwege de kans op ernstige complicaties – de controle op hypoglykemie bij een significante stenose van coronaire arteriën of van de bloedvaten die de hersenen van bloed voorzien en bij (onbehandelde) proliferatieve retinopathie. Een abrupte verbetering van de bloedglucose-instelling (door intensieve insulinetherapie) kan gepaard gaan met tijdelijke verergering van diabetische retinopathie. Bij inadequate dosering of onderbreken van de behandeling kan vooral bij type 1-diabeten hyperglykemie optreden, met als symptomen dorst, frequente mictie, misselijkheid, braken, sufheid, een rode, droge huid, droge mond en anorexie. Onbehandelde hyperglykemie kan bij type 1-diabetes tot diabetische ketoacidose leiden (adem ruikt naar aceton). Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij hypoalbuminemie.
The complete list of all interactions can be found in the national Summary of Product Characteristics (SmPC) – click here
This pages provides a list of drugs from the same ATC class for comparison. This does not necessarily mean that these drugs are interchangeable.
| Insulins and analogues for injection, fast-acting | ||
|---|---|---|
| A10AB06 | ||
| A10AB04 | ||
| A10AB01 | ||
| A10AB04 | ||
| Insulins and analogues for injection, intermediate-acting | ||
|---|---|---|
| A10AC01 | ||
| Insulins and analogues for injection, intermediate- or long-acting combined with fast-acting | ||
|---|---|---|
| A10AD06 | ||
| A10AD01 | ||
| Insulins and analogues for injection, long-acting | ||
|---|---|---|
| A10AE04 | ||
| A10AE | ||